Herkenbaar rouwgedrag bij kinderen

Stil verdriet

hoeft niet...

Rouwen bij kinderen krijgt een plaats op school.

 

Website ter ondersteuning van leerkrachten en begeleiders die geconfronteerd worden met rouwen bij kinderen.

Herkenbaar rouwgedrag bij kinderen

 

 

Bij verlies kunnen kinderen verschillende emoties ervaren die soms ook tegenstrijdig zijn.

 

 

 

  • Wisselend gedrag: kinderen zijn emotioneel erg labiel, vreugde en verdriet kunnen kort op elkaar volgen. Het is voor hen moeilijk om langere tijd in eenzelfde rouwgevoel te zitten. Zo kunnen hartverscheurende tranen na tien minuten worden weggelachen met een gelukzalige schaterlach.

 

 

  • Regressief gedrag: een kind in rouw kan terugvallen in een vorige ontwikkelingsfase, het gaat zich dan kinderlijk gedragen. Nog jongere kinderen kunnen weer gaan duimzuigen of bedwateren.

 

 

  • Explosieve emoties: kinderen kunnen hun emoties vaak nog niet goed verwoorden. Hierdoor kunnen ze plots als het ware ‘uitbarsten’ omdat ze hun emoties vaak opkroppen. Ze vertonen dan hevige explosies van woede, agressie en verdriet.

 

 

  • Concentratieproblemen: in hun gedachten zijn ze bezig met het overlijden van een dierbare. Het kind begint van alles te vergeten en kan zich niet meer concentreren. Zelfs relatief gemakkelijke opdrachten worden dan zware karweien. Schoolresultaten kunnen hierdoor veranderen.

 

 

  • ‘Er-is-niets-aan-de-hand’ gedrag: komt vooral voor bij oudere kinderen. Sommigen voelen zich innerlijk zo in de war dat ze vluchten in muziek, sport, computer of studies. Ze gaan hier dan overmatig veel tijd aan besteden om niet met zichzelf en hun gevoelens te moeten bezig zijn.

 

 

  • Lusteloosheid: rouwen kost veel fysieke energie, waardoor er minder energie over is voor iets anders. Soms hebben kinderen ook nachtmerries waardoor ze slecht slapen en niet uitgerust geraken.

 

 

  • Psychosomatische klachten: kinderen kunnen fysieke pijn voelen dat zich manifesteert in bijvoorbeeld buikpijn, maagpijn en hoofdpijn die blijft aanhouden.

 

 

Al deze voorgaande gedragingen zijn normale signalen en reacties voor kinderen en jongeren die rouwen. Er is niet direct een reden om je ongerust te maken. Dat is pas nodig als meerdere symptomen zich langere tijd samen blijven vertonen. Dan kan het nodig zijn om professionele hulp in te schakelen.

Je moet natuurlijk een kind de nodige tijd en ruimte gunnen om te rouwen en een plaats te geven in zijn leven.

 

 

Wat kan je als leerkracht doen?

We kijken hierbij naar de theorie van de twee stoelen. (Lut Celie). Het gedrag van kinderen kan men bekijken als twee stoelen die achter elkaar staan. De echte boodschap (= 2de stoel) die kinderen willen geven, zit vaak verstopt achter hun vertoonde gedrag. (= 1ste stoel)

Als leerkracht moet je natuurlijk wel de eerste stoel begrenzen, stout gedrag kan niet. Maar je moet daarbij laten zien dat je de boodschap van het kind begrijpt. Het kind moet een veilig gevoel krijgen en er moet ruimte zijn voor communicatie.

Vb.: Ik zie dat je boos bent. Als jij dat wil kunnen we hier samen over praten.